Herinneringen - Nieuwendijk Sijt

Ga naar de inhoud

Herinneringen
Watersnood door Heinrich Ebert

Het begin
We werden zondag 's morgens heel vroeg uit bed gehaald: "Opstaan, het water komt er aan."
Mijn ouders probeerden onze opa ook uit bed te krijgen, maar die zei:  "Het zal zo'n vaart niet lopen, want dat is nog nooit gebeurd" en hij  bleef liggen.
Het water stond heel hoog in de sloot, hier en daar kwam het zelfs over de rand.
Mijn ouders begonnen ondertussen allerlei zaken naar boven te brengen, vooral etenswaar.
Uiteindelijk stond opa ook op: "'t Jonge jonge het is echt waar".
Op een gegeven moment begon de sloot echt over te stromen, mijn ouders nog sneller spullen en etenswaar naar boven brengen.
Voor mij was het een spannend gebeuren, nee geen angst, het voelde vooral avontuurlijk.
Het water begon binnen te komen, het eerst in de kelder, maar daar lag  nog allerlei etenswaar, het was een diepe kelder, je kon er in staan.
Wat later stroomde het water zo snel naar binnen, dat de kelderdeur  bijna niet meer open te krijgen was, mijn ouders moesten stoppen met  etenswaren bergen.
Vanuit het bovenraam zagen we alles langzaamaan steeds verder onder water komen te staan.
Een plof, de gietijzeren kolenkachel was gebarsten, hij kon niet tegen de snelle afkoeling door het water.
Weer bang, een kast in de woonkamer ging drijven en viel toen om.
In de stal van de boerderij van de buren had men nog snel alle dieren, koeien en paarden, losgesneden en naar buiten gejaagd.
De paarden gingen zwemmen, tot ze ergens een hoger punt tegenkwamen, een kade, of een dijkje, en bleven daar dan staan.
De koeien bleven jammer genoeg in de buurt rond zwemmen, tot ze niet meer konden en verdronken.
Één koe zagen we bij de overburen door een ruit zwemmen.
Het water kwam steeds hoger, er kwam ook steeds meer rommel voorbij  drijven, er kwam een grote houten telefoonpaal aan, recht op het zijraam  van ons huis af, zou hij naar binnen komen en een nog grotere ravage  aanrichten?
Gelukkig, op het laatste moment ging hij langs ons huis.
Uiteindelijk stond het water anderhalve meter hoog in huis, de  kamervloer lag ongeveer een halve meter boven het maaiveld, er stond dus   zo'n twee meter water.

De evacuatie     
Er kwam een roeibootje, met twee mannen en een ladder.
We hadden een postkantoortje aan huis met een plat dak.
De ladder werd tegen het dak aangezet en wij moesten daarover naar de ladder.
Mijn jongere broertje was bang en zei: "Ik wil niet in dat  dobberbootje" en rukte zich los uit moeders hand, hij viel bijna over de  dakrand in het water, mijn moeder stijf van schrik.
Op een gegeven moment moest ik ook in het bootje en wilde de ladder  afdalen. "Nee nee dat kan niet" zei een van die mannen en hij vond dat  hij mij moest dragen, dat voelde als een vernedering, want al was ik pas  vijf jaren, in bomen klimmen was al een van mijn hobby's, dus zo'n  ladder stelde niets voor.
We werden naar de pastorie gevaren, die stond aan de dijk boven water  en had een grote ruimte, waar we samen met veel dorpsgenoten konden  slapen, op stro en zo.

Het verblijf  
De school stond vlakbij de dijk, deze had twee verdiepingen, de  bovenverdieping was dus droog en werd ook door veel mensen gebruikt als  verblijf.
Ons postkantoortje stond natuurlijk onder water, daarom was er in de  school een klas ingeruimd als nood postkantoor, waar mij vader ging  werken.
Het postkantoor had in die tijd nog een heel belangrijke centrale functie, voor post, telefoon, geld en telegrammen.
De meeste mensen hadden geen telefoon, er werd daarom veel met telegrammen gedaan.
E-mail bestond natuurlijk ook nog niet, dus brieven waren heel belangrijk.
Veel mensen haalden wekelijks hun loon op bij het postkantoor.
Vandaar dat zo snel mogelijk dat nood kantoor ingericht werd.
Toen de storm was gaan liggen, begon het flink te vriezen en na een paar dagen werd het water een ijsvlakte.
Na een paar dagen kwamen er een aantal militaire voertuigen aan, het  bleken amfibie voertuigen te zijn en ze reden zo het water in, zakten  door het ijs en voeren verder, dat was een sensatie om te zien, als  kleine jongen.
 
De terugkeer
Na een maand was het water gezakt en gingen we terug naar huis, alles kapot en vies.
De kachel was gebarsten, het was dus koud en alles was nog nat.
Gelukkig kregen via noodhulp al snel weer wat spullen en een kachel.
Het huis was zo nat, dat we een jaar lang heel kaal hebben gewoond, om alles te laten drogen.
  
Achteraf
Dat onze polder zover landinwaarts ondergelopen was, kwam door een  zwakke plek in de dijk, het verhaal gaat, dat achter die plek een  boerderij stond en na de ramp was het een gat in de grond.
Er zijn mensen gevonden in de polder, die zaten vastgevroren in een boom, waar ze ingevlucht waren.
Het was voor mij vooral een hele spannende gebeurtenis, een avontuur.
Een jongen van vijf.
  
PS,
Dit alles gebeurde in Nieuwendijk in Noord Brabant.
Sommige zaken in het verhaal zijn misschien niet helemaal correct.
Ik was per slot een jongen van vijf.
De kleuterschool van Erica van Vugt

Ooit, in juni 1965, heb ik een ‘fotolijstje’ gevlochten in de kleuterklas van Mevrouw de Kam.
Daar kwam de ‘luchtfoto’ van de kleuterschool in. Die vond ik bij het uitzoeken van mijn zoldertje.
Ik heb het lijstje met ansichtkaart gefotografeerd. De kaart zelf heb ik nog  gescand.
Ik stuur beide op. Wellicht kan de kaart toegevoegd aan de andere beelden van Nieuwendijk.
Groet,
Erica van Vugt
Amersfoort

Erwin van der Meulen herinnert zich de Doe Maar tijd

De term vroeger is voor de 40+ ers nu al rond de jaren 70-80 dat ze in het sport - uitgaans - alleen op straat kwamen. Vind het persoonlijk jammer dat internet nu niet 20 jaar eerder bestond. Reden dat ik jullie aanschrijf is een idee waar ik al jaren mee rondloop en alleen via via wel eens op een
contact stuit. De meeste kans dat ik iemand tref is via schoolbank. Zelf kom ik uit Hank en het lag voor de hand dat we als jeugd gingen stappen bij Titanic en de Nieuwendijkers daar ook kwamen om dan verder rond te hangen in De Kelder.
Door de week gingen we echter, om onze opgedane vriend(in)en te bezoeken naar Nieuwendijk met wat uitschieters naar Werkendam.
Als jongeman vroeger bezochten we "het bruggetje" en voor de Xinix om buiten beeld te blijven van de ouders. Ach ja je bent jong en gehuld in spijkerjack met Doe Maar erop en de Rebellenvlag waren we bijna een gang.
Persoonlijk ken ik nog namen als "De Bof" Bové meen ik. Jacco en Theo van Maastricht, maar de dames waren en lagen natuurlijk in het middelpunt.
Via de MSN, Facebook en dergelijke zijn er nog een handje vol contacten, maar alle inwoners zijn veelal naar andere plaatsen verhuisd.
Weet nog dat er een leuke meid woonde in de voormalige gemaal. Ik had verkering met ene Marion van Vught, er was een tweeling die ik elke zondag bezocht op de tennisbaan te Hank. In ieder geval bergen namen die nu inmiddels allemaal aardig zijn vervaagd. Ben echter wel benieuwd hoe het iedereen is afgegaan. Het laatste dat ik op de brommer (Honda MT-5) heb bezocht zal rond 1984 zijn geweest toen ik mijn eerste auto kocht, wel nog een paar keer een rondje heb gereden, maar toen uiteindelijk het stappen heb verlegd naar af en toe Gorinchem en voor de rest Conpasa, Huis ten Deijl, Sandokan, Positive Force allemaal in Raamsdonksveer.
Uiteindelijk ben ik na vakantie met mijn ouders in Spanje teruggekomen en zag bij de buren 2 huizen verderop na een vakantieliefde een leuke blonde meid. Laat nu net zij daar logeren voor een week en er een verjaardag vallen. Bij de buren verderop raakte de wijn op en ik zou wel even Sangria halen. Aan mijn huidige vrouw Nancie gevraagd of ze even meeliep.
Nu 4 kids ( 21jr jongen, 19jr dochter, 11jr jongen, 9jr dochter) en woon in een boerengehucht Drouwenermond. Dat ligt helemaal in de kop van Drenthe tegen de provincie Groningen tegen Stadskanaal aan. Mijn oudste dochter gaat samenwonen na zomer en ze hebben al een huis gekocht in Warffum (tegen Delfzijl aan bij de Waddenzee)
Oudste zoon is in afwachting wat de woningmarkt gaat doen en kijkt dan verder.
Nah, ja. Ik ga afsluiten en wellicht kunnen jullie iets met meisjes(achternamen) doen.
Oh ja en ik heb gekocht een Honda MT5 uit 1981 voor restauratie......... vroeger was alles toch beter.
Groetjes,
Erwin van der Meulen [vdmeulen.nl@gmail.com]


Koninklijk bezoek in Goezate

Toevallig kwam ik op jullie site en ik heb met een Nieuwendijkse jaren gewerkt( Adrie de Pender - de Graaff)
Zal wel een bekende voor jullie zijn onder de oudjes!  De koningin zou op werkbezoek komen in Werkendam en ook Adrie stond te wachten tot de helikopter zou landen op het voormalige voetbalveld,waar nu het bejaardenhuis Goezathe staat.
Naast dat veld stonden hoge bomen die veel blad verloren. Toen zei Adrie op zijn nieuwendijks: Ze hadde weleens magge vège veur da miens. En da miens dat was de koningin.
We hebben dubbel gelegen.
dus ook een werkendammer kan om een Nieuwendijkse lachen
miens  mens
vège    vegen
deinsdagmèrge naor de mert  dinsdag morgen naar de markt
Veel succes met de site.

groetjes van Marja Kappel (een werkendammer)


Overvaren bij Kijfhoek

Ik weet niet of het nog actueel is maar ik weet wel het eea over kijfhoek. Uit de tijd dat er nog tij was…….
Als je bij Kijfhoek wilde overvaren, moest je keihard “Ovér!!!!” roepen!!  Dat kwam Keske van ’t kefoek, of z’n familie kijken wie er over wilde… Overigens was dat wel een punt of je met eb of vloed over wilde. Bij eb dachten we weleens, we kunnen het zo te voet oversteken, maar de blubber weerhield ons ervan. Ik ben een aantal keren met mijn vader, Leen Ebert sr. overgevaren om een telegram te bezorgen op de boerenverdriet, of andere boerderijen. Of samen met mijn neefs Anton en Hen Ebert om koeien op te halen of weg te brengen… Verder was er altijd een enorme rietschelf als er weer riet gesneden was. En uiteraard bergen rijshout voor de zinkstukken. Later toen er geen tij meer was en de brug er lag (zoals nu) gingen we er met heel veel nieuwendijkers en killenezen zwemmen.  
Wij kwamen er nogal eens. Maar ja de biesbosch was dan ook ons “avonturengebied”!! Tja de biesbosch ik kan er uren over vertellen…….Als je er meer over wil weten dan moet je maar een mailtje sturen.

Leen Ebert
Mijmeringen van Arie Bakker

Zat ik daor op unne rustige zondagavond mee m'n internet te speulen. Kwam'k toch een saait tegen over d'n Nieuwendijk!As 'ne ouw Nieuwendijker zag'k daor platjes di 'k nog nie eerder gezien ha. 'Keb 24 joar in d'n nieuwbouw gewoond en d'r van alles meegemakt. Zeker de legere('kan schuin strepke vur de eerste e nie vijnden!) school mee al zun mesjeus als De Jager, Muskee, Dammers, Juffrouw Bijl (mee un aachterwerk waaraon ik nog mot denken as'k zwoar getafeld heb), van Capelle en nog een bietje van die mesjeus. Heel veul dwaol 'k trug noar de sluis woar peje gelaje wiere op schipkes van bekaant 30 ton. Mee d'n roeiboot van Dubbeldamme vanuit d'n Zevenban d'n Bleek op en rap weer trug veur da de sluisdeure weer dicht ginge. Wette gullie of'r nog fotoos of boeke zijn waor de sluizen opstoan? Wa ge ok nooit meer verget is de watersnood, deur 't water naor de school en toen zes weken geslape op de zolder van Joske Pruissen. Om kort te goan 'k zij Nieuwendijk nie vergeten. 'T dialekt spreken goat me wa moelijker af. 'Kzij dan ok al 28 joar uit d'n Nieuwendijk weg.'Kfijn't hartstikke mooi om op z'n manier nog 's wa van m'n ouw durpke te heure. 'K vroag me ok wel af wie d'n schrijver is.

Arie Bakker

Snul

NIEUWENDIJK, 8 NOV 2001 – Menige 55-plusser likt nog de lippen af bij de gedachte aan de winterse kost met de naam ‘snul’. Vlak na de slacht van het eigen varken werd dit gerecht gemaakt, maar eigenlijk weet niemand meer hoe. De schoonfamilie van hoofdredacteur Ton Kuppens bracht ‘snul’ regelmatig op verjaardagen ter sprake. In de veronderstelling dat het een eigen verzinsel was liet Ton het onderwerp liggen. Toen hij het ook tegen kwam op de Nieuwendijk Sijt, de digitale spreekbuis van Nieuwendijkers, werd ik, als voormalig vegetariër, op onderzoek uitgestuurd. De 88-jarige Anna Wijnans-Groeneveld kon mij uiteindelijk alles vertellen over ‘snul’.
“Twee keer per jaar, in november en in februari, kwam de slager bij ons thuis om een varken te slachten. Iedereen die zelf slachtte hield er standaard twee varkens op na. Eén voor de slacht en één voor de verkoop,” begint de zeer vitale Anna Wijnans haar verhaal. Met een touw om de voorpoot werd het varken naar het washok gesleept om daar op de cementen vloer de laatste adem uit te blazen. De hammen en de zijden werden gerookt, het overige vlees werd gebraden en in een flinke laag vet voor langere tijd bewaard. Gewekt werd er nog niet in de jonge jaren van mevrouw Wijnans. Dat kwam later pas en het vlees werd daarmee een stuk smakelijker dan het vlees dat langere tijd in het vet had gelegen

Ontbijt met kaantjes
Het gerookte en gewekte vlees diende om de winter door te komen. Voor directe consumptie waren het gerecht ‘snul’ en de kaantjes, de overblijfsels van gesmolten reuzel. Mevrouw Wijnans: “Mijn broer vond ‘snul’ het ergste wat er bestond en hij at het beslist niet. Om tussen de middag niet om te vallen van de honger at hij daarom ‘s morgens wel twaalf boterhammen met stroop en warme kaantjes. De meisjes in ons gezin maakten dat om 4.00 uur klaar, wekten om 4.30 uur de jongens zodat zij met een gevulde maag om 5.00 uur aan de slag konden.”
Voor zonsopkomst met warme kaantjes ontbijten, daar moet tegenwoordig toch niemand meer aan denken. Van het boerengezin Groeneveld, uit de polder Kijfhoek, werd overdag echter behoorlijk wat lichamelijke inspanning gevergd. Een stevig ontbijt was dus wel op z’n plek. De oudere zoons begonnen de dag met het overvaren van de knechten uit Nieuwendijk om vervolgens samen met hen de hele dag op het land aan de slag te gaan. De jongere kinderen gingen naar school. Op extra grote klompen met daarin speciale leren sokken liepen de kinderen dagelijks een uur door de modder naar school en een uur weer terug. Omdat er thuis genoeg hulp was mochten de jongste meisjes, waaronder Anna, tot hun veertiende naar de basisschool blijven gaan. Daarna was het melken en karnen geblazen. Én ‘snul’ maken in november en februari!
‘Snul’ werd vlak na de slacht bereid. De tong, de milt, een stuk van de lever en ‘het sokje’ werden een paar uur in een emmer zout water gelegd om het bloed eruit te laten trekken. Op de vraag wat ‘het sokje’ precies is, komt Anna Wijnans niet verder dan: “een lange reep vlees, niet de darmen of de spieren ofzo.” Gelukkig bracht slagerij De Kwant uitkomst: ‘Het sokje’ is een oude benaming voor het longhaasje. Voor een ieder die het vlees gewoon van de slager betrekt en niet van de eigen slacht is er overigens slecht nieuws. De slager mag de milt van een varken niet meer verkopen. De tong, de lever en het longhaasje zijn wel leverbaar.

Het recept
Kook, van het varken, de tong, de milt, een stuk van de lever en het longhaasje gedurende een uur in vers water met wat zout. Snij vervolgens alle vlees in reepjes. Voeg uien, zout, peper, laurierblad en een scheut azijn toe en laat het geheel nog een half uurtje trekken. Een groot deel van het water is nu verdampt. Meng het resterende vocht aan met aardappelmeel. Serveren met aardappelen en eventueel wat jus. Voor de liefhebbers: smullen maar!
Zelf maakt mevrouw Wijnans nooit meer ‘snul’. ’Snul’ hoorde echt bij het zelf slachten van het varken. Om alles apart bij de slager te gaan halen vindt ze maar niks. Erg chique was ‘snul’ overigens niet. Mensen die op de boerderij van de familie Groeneveld te gast waren kregen dit maal nooit voorgezet. Men wilde niet het risico lopen dat iemand het niet lustte. Gasten kregen peren met spek voorgezet. Niet de peren van tegenwoordig,, ontdaan van steel, schil en klokhuis. Nee, de peren werden in de schil gekookt en als zodanig opgediend. (Uit Altena Nieuws 9 november 2001, Corine Verweij)

Startpagina                 Facebook                Emailen

                
      
Terug naar de inhoud