Woordenboek - Nieuwendijk Sijt

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Woordenboek

Nieuwendijks

Woordenboek der Nieuwendijkse taal
editie 2017

aachterhuis
aachterland
aai
aaierkoek
aaike

aagter de buuke heg

aanderaand
aanleggen
Aanpikkelateur
aier
andievie
appel mee bone
appelesien
asem
asemen
avaseren
bakkes
bakske
bangeske
belaoitafeld
belderen, deurbelderen
benéeje
benukt
beerput
begaaien (Gij begaait ut)
beljat, belkattik
belnent, belnentik
bende
beren
beslag
bietje
bijnden
bivacceren
blaaike
bleek
Bleek

blènen
blèren
blèten
un bliksem
bliksemse jong
blom
blubber
boezeroen
bordeke
borstrok
bot
botjes
botter
braaien
braoien
brugguske
bruts
builtje
buitenaaf
bukkum
bukzuut
burte
dakhoas
Dekske
dot
dotje
doske
deinsdag
deurdouwer
deurslag
deuze
douwen
dun draai
drènen
dreuger
dreugweinder
dripselen
unnen deuzige
durp
Èfkes
Ègeste
Eigenheimer

Ènd, ut Ènd
èrrebezen
èrrepel
èrrepelschelmeske
eruit naaien
fezikken
fik
fits
fitsen
"foelie   "
frommes
frullie
gaffel
gaai
gèf
gère
geschaaien
geut
gewist
grip
gruun mee witte

gullie
gunterwijt
gutsteen
guuns
haaibaai
haals
haerm
hannussen
hansen
Hardewijker
harketuig
harses
hedden
heks
hendig
hengelat
hènning
hèring
herres
herrieschot
heuren
heut
heutoverkop
hieel
Hink hokke
Hittepetit
hof
hortje
houdoe
hukke
hukken
hullie
hurken
huske
jaanken
jaankbakkes
jong
jonges op de mèden
jotteren
juin
kachel
kauwauwen
Kefoek
kèk
kelderwijnd
kerkbroad
kès
Kèske
ketelpak
keu
kijnd
Kijnds
kik
klaai
klauw
klèn
kleppen
klompkes
klotje
Knelisroos
kneukels
Knotsenschelleft
kod
koei
koekenbak
kommeke
kopke
kopkedieten
kouwe
Kouwouwen
krèk, krèk aai
kries
kroot
kruskes
kwaod
Kwats
kwatta
kwek
Kwets
laand

laer
lègere schoal
lekke(n)
lèr
lers
lest
linksom
loapen
logie
longkortse
looi
lurven
lustere
mauwen
mauwert
mèd
mèrgen
mèrtje
mesien
mesisterse broek
mesjeu
mèske

meuzik
mies, miens
missie
mombakkes
mui
mundjiène
murke
muntje
neffen
neptang
nest
netterna
nie
nò-nie
nij
nijsgirrig
oelewapper
oepoe
oew
olienotjes
ollebaaie
onderlest
ontstraand
ont

onterik

opper
de pad
Pakstraat
pee
peejentijd
pèr
pèrd en waoge
hieel pèren mee spek
pier
piktol, piktolleke
platjes plekke
platte èrrepel
plee
pliesie
pooieren
portefullie
prakkezeren
pro
raoien
raps
rauwdauwer
reishak
reutemeteut
rijf
rugt
rugten
russekoôk
sauwelèr
schatse
schelft

schrèten
schrètmasjien
schotteldoek
schotteltje
schouw

schrèten
schroeien
schuif
schup
schurke
seinspaol
sijt
sjiemelen
sjurk
smoel
sloat
Snul
spouwen
spouwkoei
slaai
slek
slob
sloike
staamp
ne stap
steukeren
stilleke
streen
struffelen
sturm
sunt
swijnters
taaike lappen
taofek
tèrwebroad
tèrwebroajen
tieej
tiènen
tilleke
titol
tjal
tjekeme
toatel
turreke
uitkruiperke
uitschaaien
vatten
vègen
vèrken
vèrkenshok

vlonderke
vort
vrèmd
vreuker
vruten
vurdeur
vurre
vurvertrek
waai
wa feur
wefke
weind
weljattik
welnentik (welnent)
werf
weps
wèrm
wètten
wijd
wijnter
witte
wurm

wurvel
zaand
zaol
zefke
zeisie
zèkbal
zèkerd
zeujke
zoeg
zooike

zullie
zurregen
zuut
zuut is
zuuthouwerke
t Zwart ènd

"achterkamer   "
"onderontwikkeld  gebied  oostelijk  van den Nieuwendijk   "
"Ei   "
"eierkoek   "
1.Een eitje
2. Een streling over je hoofd: een aaike over oeën bol
1. onvindbaar
2. De weg kwijt
verschillend, afwijkend van elkaar. "Ze zijn aanderaand", "Ik heb twee aanderaande"
op bezoek gaan (kroeg). ergens aanleggen
"iemand van de gemeentereiniging die papier prikt   "
"eieren   "
"andijvie   "
Gerecht van gedroogde appels met (witte of bruine) bonen, aatdappelen en rookworst
"sinasappel   "
"adem   "
"ademen   "
"opschieten   "
mond, gezicht
"kopje koffie   "
"bankje   "
"besodemieterd   "
"met vuile schoenen door het huis lopen.   "
"beneden   "
gek
poepopslagput
Er een puinhoop van maken
"ja   "
"nee   "
"een rotzooi "
"de beerput leegmaken en de inhoud verspreiden over het land   "
"beroerte   "
"beetje   "
"binden   "
"verblijven   "
"blaadje   "
"stuk grasland waar vroeger de was op werd gedroogd   "
"Vroeger een klein riviertje dat Nieuwendijk met de Biesbosch verbond, tegenwoordig een sloike van niks   "
"blaren   "
"schreeuwen   "
blaten
"een slechte vrouw (vooral voor haar man)   "
ondeugende kinderen
bloem
modder
"(over(hemd)   "
"bordje   "
"wollen voorloper van een hemd   "
laars
"houten kinderschaatsen   "
"boter   "
breien
braden
brugje, vroegere verbinding tussen de kerkweg en het Oslopark
"broeierig warm  "
"zakje   "
"heel de week weg zijn van huis om te werken   "
"Bokking   "
"beurs fruit   "
"buurten, op visite gaan.   "
"kat   "
Het Dijkje
"veel   "
een kleine hoeveelheid zie: zeujke
"doosje   "
"dinsdag   "
"doorzetter   "
"vergiet   "
" deze   "
" duwen   "
" eerste bocht in de buitendijk   "
" zeuren   "
" droger   "
" Een witte boon die te drogen is gelegd.   "
" ijsberen, drentelen   "
een droogkloot
" dorp   "
" eventjes   "
hetzelfde / dezelfde
" eigenwijs figuur   "
aardappelsoort
"Het begin van de Rijksweg als je van de huisnummering uit gaat.   "
"aardbeien   "
"aardappel   "
"aardappelschilmesje   "
"er vandoor gaan   "
"friemelen, rommelen   "
vinger
"fiets   "
fietsen
aluminiumfolie
"vrouwen, vrouwvolk   "
"jonge meiden   "
"mond   "
"gij   "
"knap   "
"graag   "
"gescheiden   "
goot
"geweest   "
"greppel   "
Snijbonen (doorgaans uit het vat waarin ze met een flinke dosis zout geconserveerd werden) gemengd met witte bonen een rookworstje en vaak ook nog verse worst.
"jullie   "
"verderop   "
"De gootsteen in de aanrecht   "
"heen, ginds   "
"feeks   "
kindje. Vaak medelijdend bedoeld
"klein mager babytjes   "
uitvoeren, doen
"emailen (vrij naar: Hans van (ie)Meel   "
"gierig persoon   "
"gereedschap voor het scherp maken van de zeis en ander gereedschap   "
hoofd, kop
hebben
"knieholte   "
"handig, aardig, knap   "
"vishengel   "
"hek   "
"haring   "
"weer (heen en weer)   "
"geluidsscherm   "
horen
"hoofd   "
"van top tot teen   "
"hele (zie père mee spek)   "
"je tekende een hinkelhok en ging met je vriendinnen hinkelen   "
"Een kordate vrouw   "
"(groenten)tuin   "
"een tijdje, poosje   "
dag, tot ziens
"wat voor, welke. Hukke schoenen had ie aon? Wat voor schoenen had hij aan?   "
"hurken, op oew hukken zitten = gehurkt zitten   "
"zij (groepje) daar   "
"op zijn hurken zitten   "
"WC   "
"huilen   "
"huilebalk   "
kind
spel op het schoolplein waarbij de jongen de meiden moesten vangen
"heen en weer bewegen   "
"ui   "
"dronken   "
"kletsen   "
Kijfhoek
kijk
"dommekracht   "
"zie muntje   "
"kaas   "
"Keesje   "
"overall   "
"varken   "
"kind   "
"kinds   "
geluid
"klei   "
"hand   "
"klein   "
"kletsen   "
"klompjes   "
"alpinopet   "
"pioenroos   "
"handen   "
"stapel van oude stronken uit de griend   "
"waterplant met bruine pluim   "
koe
"pannenkoek   "
kopje
"hoofdje, theekopje   "
"haasje over spelen   "
koude
"kletsen, onzin uitslaan   "
juist, correct
"kruisbes   "
"rode biet   "
"kleine pruimen   "
"kwaad   "
"onzin   "
"Chocola, choladereep.   "
"mond   "
"aaneengeregen pieren   "
1. land
2. volkstuin
ladder
"lagere school   "
"likken   "
ladder
"laars   "
"laatst   "
"binnenstebuiten   "
"lopen   "
"horloge   "
"longontsteking   "
"grote baby   "
kladden
"luisteren   "
"praten, kletsen   "
"zeikerd, zeurpiet   "
meid
"morgen   "
"marktje   "
"machine   "
ribbroek
meester
1. meisje
2. mesje
"mug   "
"mens   "
"mest   "
"masker   "
"tante   "
"straks, later   "
muurtje
"pepermuntje dat je voor de preek toegediend kreeg   "
naast
"nijptang   "
"bed  "
"hangt er van af   "
"niet   "
nog niet
"nieuw   "
"nieuwsgierig   "
"stommeling   "
"opoe   "
uw of je
"pinda's   "
"aalbessen   "
"onlangs   "
"brutaal   "
1. vals, gmeen
2. vies
1. gemenerik
2. Vuillak
"hoop grond   "
"pad bij dun draai aan de kil   "
"Zevenbanseweg   "
"suikerbiet. meervoud: peejen   "
tijd waarop de suikerbieten van het land werden gehaald
"peer   "
"paard en wagen   "
"hele peren met spek   "
"regenworm   "
"tol   "
"plaatjes plakken   "
"gebakken aardappelen   "
"WC   "
"politie   "
"peuren. Het met een kwets vangen van aal en/of paling   "
"portefeuille   "
"nadenken   "
knikkerterm
raden
rasp
"een onhandig iemand, loopt overal tegen aan, laat alles vallen etc   "
"speciale bijl voor werk in de grienden   "
"rotzooi, rommel   "
"hark   "
"onkruid   "
"onkruid wieden   "
"schommel   "
"zeurpiet   "
"schaatsen   "
1. riet
2. hooistapel
"schreeuwen   "
"Iemand mee een groot bakkes, een schreeuwlelijk   "
"vaatdoek   "
"schoteltje   "
1.leuk
2. schuw
schreeuwen
"barbecuen   "
"lade   "
"schop, spade   "
"schuurtje   "
"houten paal voor elektra of telefonie   "
"site   "
onrustig zijn
Huismus
mond, gezicht
sloot
"naam voor een gerecht dat bereid werd na het slachten van het varken   "
spugen
Lama
"sla   "
"slak   "
losjes
slootje
stamppot
"vlonder bij sloot   "
"stinken   "
"postoel   "
rij
"struikelen   "
"storm   "
"jammer   "
in de winter
"ijsschotsen trappen   "
"tafel   "
"tarwebrood   "
"tarwebroden   "
"teen   "
"tenen   "
"open zolder   "
"dwaas, gek   "
"rechte smalle schop om mee te spitten   "
"luidruchtig eten   "
wankel, wiebelig
pesten of plagen
"verstoppertje   "
"ermee stoppen   "
" pakken, nemen   "
"vegen   "
"varken   "
1. varkenshok
2. deel van het schoolplein bij de oude school
"stijgertje   "
er vandoor, weg
"vreemd   "
"iemand die zwaar werk doet   "
"wroeten   "
"voordeur   "
voren
"voorkamer   "
"weiland, wei   "
"wat voor (iets)   "
"vrouwtje   "
"wind   "
"welja   "
"welnee   "
"tuin/erf rond je huis   "
"wesp   "
"warm   "
weten
ver
"winter   "
weten
1. worm
2. klein kind
"grendel om iets (luiken) mee vast te zetten   "
"zand   "
"fietszadel   "
"zeefje   "
"zeis   "
"bal van niks (voetbalterm)   "
"zeikerd, zeurpiet   "
"een kleine hoeveelheid zie: dotje   "
"zeug   "
1. kleine hoeveelheid (zie zeujke en dotje)
2. een rotzooi
"zij   "
"zorgen   "
"zoet, stil   "
"hou je mond   "
"zoethoudertje   "
Gedeelte van de Buitendijk

     

Aachter Gurcum
Aaf moeten goan
As ge nie ophoudt, dan vat ik oe bij oe lurven.
Bet ie a'k um aai.
Bij Sjarreltjes een pilsje pakken.
Boven aerde staon.
Brande gij oew kneukels?
Buitenaf werken.
Da ge bedankt zijt, da wette.
Da nukt me niks.
Da wet gin man  
Da wette gij nie!
Da's krek wa'k wou!
Daor heddum!
Dè doede toch nie.
De hort op.
De koei in z'n kont kijken.
De kopkes (de bedde, de raome) doen.
De rook nukt de schorsteen uit.
Dè staot slim.
De stoep op.
Dè was 't.
Dur deur zakken.
Een aovendje burte.
Een klèn jong.
Een natte kraant.
Een turfske wentelen.
Es ge aon ut ènd oewen pink brekt, zijde aon Kil al doad.
Es ge een goed verstaand het en ene kurke ziel, dan drijfde locht.
Ge lieg ut toch.
Ge zijt helemaol belaitafeld.
Gebid hemme,
Geklutst aai mee rôme.

Guuns en herres.
Hedde gij ene kwatta?
Hedde ut al geheurd?
Hier zij'k weer.
Hij braoit er niks van.
Hij is zo maoger es un hermke.
Hij komt over.
Hij lijkend sprékend op z`n voader.
Hij viet ur lucht op.
Hoe hitte gij?
Hoe is't meugelijk.
Hou toch oe harses!
Houd oe fikke thuis!
Houd oe smoel
Houd oew bakkes
Huib de Baker waarschouwen.
Hukke schoenen had ie aon?
Hukke sjurken hedde gij op oe heud?
Ik gaai effe un endje de sluis op.
ik kom van Uittik en ik wèt van niks.
Ik wil ginne kik meer heure.
Ik zie ze al aon komme gepsen.
Ik zit op de gym; op 't koor
In de klèn jong zitten.
In de pejentijd zaten wij altijd onder de blubber.
k heb toch zukke meraaakelse earpel van de jaor, 3 in ne mudzak!
Ik wèt nie.
Kek diejen haals toch es!
Komt oewe nest uit!
Lôp nie te dripselen.
Mies zit nie zo te schrète!
M'n ogen beschieten.
N(e)uk toch op!
Neffen oe.
Nie mèr te banken.
Nukt ut doar mer njear.
Op de bonnefooi.
Oewe nest opmaoke.
Onte koek komt altijd uit.
Op alle dag lopen.
Op de werf.
Pro in de pot.
Pro ma nie.
Promanie
Slek op unne bierkaai.
Stao nie zo te druppen.
Ut boven doen, beneje doen, buitenom doen.
't Ènd afgaon.
t Gaot aamper.
Tijding doen.
't Is me daor toch een bende
Van de beën zijn.
Van wie zijde gij er intje?  
Volluk!!!
Wa doet ur op?
Wa kan mij dè neuken.
Wa lop de te kwikbillen.
Wa nukt mijn dè!
Wa zot dè!
Wa zijde an't hannusse?
Wa zijde ge toch unne piktolleke!
Wit ik veul.
Ze braait een trui.
Zij de nou al wjear vrommes?
Zèk op unne riek
Zij gaot wêer is aale pôttestellinge aaf
Zuut zijn.

Zeer ruime geografische eenheid: zo ongeveer het hele noordelijk halfrond  boven de Merwede
Poepen
Als je niet stopt, dan krijg je op je mieter
Bijt de hond als ik hem aai
Bij recafé de Pelikaan een biertje drinken
Opgebaard zijn.
Brand je je handen?
Elders aan het werk zijn.
Dat je bedankt bent.
Dat kan mij niet schelen.
Dat weet niemand
Dat weet jij niet!
Dat is wat ik wilde!
Daar is hij!
Dat doe je toch niet.
Niet thuis zijn, er vandoor zijn
Het is makkelijk praten als iets voorbij is.
De vaat afwassen,de bedden opmaken , de ramen zemen etc
De schoorsteen trekt lekker.
Het staat scheef.
De dijk op.
Dat was het.
Er door heen zakken.
Op visite gaan.
Kleuter
Verwaand persoon, die niet veel voorstelt.
Een sjekkie draaien
Roddelen en overdrijven.

Als je slim ben en niet te zwaar op de hand, heb je een gelukkig leven.

Het is toch niet waar.
Je lijkt wel gek, dat kun je niet maoken.
We hebben gebeden (voor het eten, dus mogen we gaan eten)
Warme melk met een geklutst ei en als het koud was ging er ook nog een scheut cognac bij.
Heen en weer.
Heb jij een chololadereep?
Heb je het al gehoord.
Hier ben ik weer.
Hij brengt er niks van terecht.
Hij is zo mager als een lat.
Iemand die wijd weg woont, komt op bezoek en blijft slapen.
Hij lijkt sprekend op zijn vader.
Hij tilde haar op alsof ze zo licht was als een veertje,
Hoe heet jij?
Hoe bestaat het.
Hou je mond!
Hou je handen thuis!
Hou je mond!
Hou je mond!
De verloskundige oproepen.
Wat voor schoenen had hij aan?
Hoe staat jouw pet?
Van de kil of het centrum richting de 3 sluizen gaan.
Ik kom uit Uitwijk en weet nergens van.
Ik wil niks meer horen.
Daar komt een roddelaarster aan.
Ik ben lid van ...
Jonge kinderen hebben.
In de suikerbietentijd zaten we altijd onder de modder.

Ik heb geweldige aardappels dit jaar......

Ik weet niet.
Kijk dat arme kind toch eens.
Kom je bed uit!
Stop met ijsberen.
Mens hou toch op met huilen!
Een dutje doen.
Maak dat je weg komt!
Naast jou.
Niet vol te houden.
Gooi of leg het daar maar neer.
Zonder voorbereiding op reis.
Je bed op maken.
Vals spelen fo doen, komt altijd uit.
Hoog zwanger zijn.
Rond het huis, op het erf.
Knikkerterm.
Knikkerterm.
Voorloper van Xinix.
Kat op het spek.
Als je de afwas aan het afdrogen bent:  Er valt wat water op de vloer.
Schoonmaken
Er vandoor gaan
Het gaat maar net
Op de hoogte brengen
Het is een troep daar.
Niet kunnen lopen
Van wie ben jij er een?
Is er iemand thuis? Ook wel: Goed volluk!!
Wat is er aan de hand?
Wat kan mij dat schelen.
Je loopt maar rond, maar komt tot niks
Wat kan mij dat schelen.
Wat zou het.
Wat doe je?
Tegen een kind dat zit te draaien zit op z'n stoel.
Weet ik veel
Ze breit een trui.
Ben je nu alweer terug?
Veel geschreeuw en weinig wol
Zij is nooit thuis en altijd op visite
Lief zijn.

     
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu